Wanneer iemand overlijdt, worden alle bezittingen en schulden van de overledene overgegeven aan de nabestaanden en toegewezen personen. Het gaat hierbij om de waarde wanneer iemand overlijdt en niet de initiële waarde. Als erfgenaam moet je over dit bedrag belasting betalen, wat ook wel erfbelasting of successierecht wordt genoemd. Dit is de belasting die elke erfgenaam moet betalen over de erfenis die aan hem of haar is nagelaten. De hoogte van deze belasting hangt af van een aantal factoren en kan aan de hand van gegeven tarieven worden berekend voor verschillende gevallen.

Wat is het recht op successie?

Dood gaan we allemaal een keer en de waarde van alles dat we achterlaten verschilt natuurlijk behoorlijk per persoon. Als erfgenaam kun je in één klap met heel veel waarde in geld of heel veel schulden achtergelaten worden. Je kunt deze erfenis echter niet helemaal zelf houden, want je moet hier een gepast belastingtarief over betalen. Deze belastingen worden successierechten genoemd.

De Belastingdienst stuurt ongeveer vier maanden na het overlijden van iemand een aangifteformulier op naar de desbetreffende erfgenaam of erfgenamen van de overledene. Dit gaat enkel over de waarde die wordt geërfd op het moment dat iemand overlijdt en niet bij de aanschaf van bijvoorbeeld huizen, meubels en andere waardevolle objecten. Je kunt ook al eerder een voorlopige aanslag aanvragen. Dit kan rente schelen en er kan aangegeven worden dat alle correspondentie via de executeur moet gaan.

Vanaf 1 januari 2010 wordt er niet meer gesproken over successierechten, maar over erfbelasting.

Hoeveel erfbelasting moet je betalen?

Niet over het hele bedrag dat jij als erfgenaam ontvangt, hoef je belasting te betalen. Er is een vrijgesteld bedrag bedacht door de Belastingdienst, wat je van de erfenis af mag trekken. Over het overgebleven deel moet je wel belasting betalen en dit gaat volgens een aantal principes.

De hoogte van de erfbelasting wordt altijd gegeven in een percentage van de erfenis. Welk percentage dit betreft, is afhankelijk van de relatie van de erfgenamen met de overledene. Ook zijn er vrijstellingen. Zo hebben partners bijvoorbeeld een hogere vrijstelling dan kinderen.

De hoogte van de erfbelasting ligt dus aan de relatie van de erfgenamen tot de overledene. Dit kan opgedeeld worden in drie categorieën, waarbij met drie verschillende tarieven wordt gerekend.

1. Geregistreerde partner of echtgenoot/echtgenote en kinderen

Voor echtgenoten of geregistreerd partners, kinderen en samenwoners die gebruik maken van een vrijstelling geldt de eerste tariefstelling.

  • Wanneer je onder dit tarief valt en een erfenis krijgt van 0 tot 126.723 euro, moet je een percentage van 10 procent over de verkregen waarde belasting betalen.
  • Wanneer je een erfenis van meer dan 126.723 euro hebt gekregen, betaal je een percentage van 20 procent aan erfbelasting. In dit geval betaal je dus 10 procent belasting over de eerste 126.723 euro en 20 procent over het overige deel van de erfenis.

2. Kleinkinderen en achterkleinkinderen

Onder het tweede tarief vallen de kleinkinderen en achterkleinkinderen van de overledene. Hieronder vallen echter ook broers, zussen, ouders en grootouders.

  • Wanneer je onder dit tarief valt en een erfenis ontvangt van 0 tot 126.723 euro, moet je een erfbelastingpercentage van 18 procent afdragen.
  • Als de ontvangen erfenis hoger is dan 126.723 euro moet je een percentage van 36 procent afdragen. In dit geval betaal je dus 18 procent belasting over de eerste 126.723 euro en 36 procent over het overige deel van de erfenis.

3. Overig

Onder de laatste categorie van de belastingtarieven vallen alle relaties tot de overledene die niet onder de eerste of tweede categorie vallen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan familie uit de niet directe lijn.

  • Wanneer je onder het derde tarief valt en een erfenis ontvangt van 0 tot 126.723 euro moet je een percentage van 30 procent aan erfbelasting afdragen.
  • Wanneer de erfenis meer dan 126.723 euro bedraagt, moet je een percentage van 40 procent over de verkregen waarde betalen. In dit geval betaal je dus 30 procent belasting over de eerste 126.723 euro en 40 procent over het overige deel van de erfenis.

Welke vrijstellingen gelden er bij erfbelasting?

Zoals benoemd, zijn er ook diverse vrijstellingen die van kracht zijn voor verschillende groepen van relaties tot overleden personen. Over deze vrijstelling hoeft geen erfbelasting betaald te worden en dit is een vooraf vastgesteld bedrag van de Belastingdienst. De vrijstelling voor vermogen van ondernemingen bedraagt in 2020 1.102.209 euro. In totaal zijn er zes verschillende categorieën waar vrijstellingen voor gelden bij het ervan van geld.

1. Echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner

Onder deze eerste categorie vallen natuurlijk echtgenoten en echtgenotes van overledene die zijn verbonden in het huwelijk, maar ook geregistreerde partners en notariële samenwoners. Wanneer je onder deze categorie van vrijstellingen valt, kun je een bedrag van 661.328 euro vrijstellen van belasting.

Voor samenwoners ligt dit net iets anders. Zij kunnen van dezelfde vrijstellingen genieten als echtgenoten en geregistreerde partners mits zij:

  • Langer dan zes maanden met de overledene hebben samengewoond.
  • Op hetzelfde adres stonden ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie.
  • Een notarieel samenlevingscontract en zorgverplichting hebben vastgelegd.
  • Geen bloedverwant in de directe lijn zijn van de overledene.
  • Voor inkomstenbelasting een fiscaal partner waren.
  • Als je niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet, maar wel vanaf je 22e levensjaar tot aan het overlijden vijf jaar hebt samengewoond.

2. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen

Voor kinderen en (achter)kleinkinderen van de overledene geldt dat zij een vrijstelling kunnen krijgen van 20.946 euro op de geërfde waarde.

3. Zieke en gehandicapte kinderen

Voor kinderen die leiden aan een ziekte of een beperking is er een andere vrijstelling op de erfenis. Deze bedraagt namelijk een bedrag van 62.830 euro. Om deze vrijstelling te kunnen krijgen, moet je wel voldoen aan twee voorwaarden.

  • Ten eerste werd je voor 50 procent of meer door de overledene onderhouden.
  • Ten tweede ben je door de beperking of ziekte niet in staat om met werken meer dan de helft van wat gezonde mensen die even oud zijn, kunnen verdienen, te verdienen. Ga hierbij uit van de komende drie jaar.

4. Ouders

Als beide ouders erven, is er voor hen samen een vrijstelling van 49.603 euro. Wanneer er slechts één ouder erft, dan wordt er ook een vrijstelling van 49.603 euro gegeven aan de enkele ouder.

5. Andere erfgenamen

Andere erfgenamen, zoals een broer of zus, kunnen een vrijstelling van 2.208 euro ontvangen.

6. ANBI's en SBBI's

ANBI's (Algemeen Nut Beogende Instellingen) en SBBI's (Sociaal Belang Behartigende Instellingen) hebben een bepaalde maatschappelijke waarde en wanneer de Belastingdienst een organisatie deze status geeft, zijn ANBI's en SBBI's volledig vrijgesteld van het betalen van erfbelasting. Voorbeelden van ANBI's zijn goede doelen, kerken en musea en voorbeelden van SBBI's zijn sportclubs, wijkverenigingen en zangkoren.

Vrijstellingen en de waarde van erfenissen?

Als de waarde van van je erfenis gelijk is of lager dan de vrijstelling, dan hoef je geen successierecht af te dragen. Als deze waarde hoger is dan de vrijstelling waar je voor in aanmerking komt, betaal je over het bedrag hoger dan de vrijstelling erfbelasting. Het tarief hangt dan af van je relatie met de overledene.