Enkele maanden geleden kregen vermogende beleggers uitstekend nieuws te horen: de effectentaks behoort definitief tot de voltooid verleden tijd. De Belgische regering kwam in het zomerakkoord van 2017 op het lumineuze idee om beleggers een taks te laten betalen. Hierdoor kon de Belgische kassa met 250 miljoen per jaar verder worden gespijsd. Maar de Belgische politici kregen die beslissing als een boemerang terug in hun gezicht nadat het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de effectenheffing discriminerend werkte. Terug naar af met de staart tussen de benen moesten de politici met lede ogen deze beslissing accepteren. In deze blog ‘De afschaffing van de effectentaks: wat betekent dit?’ een kleine reconstructie hoe deze wending in feite voorspelbaar was.

effectentaks

Een korte terugblik hoe het allemaal is begonnen

De federale regering onder leiding van Michel I legde vast om een taks op effectenrekeningen te laten uitvoeren. Dit idee zou de Belgische staatskas volgens een ruwe schatting 250 miljoen euro opbrengen. Het was de bedoeling dat deze nieuwe taks op 18 maart 2018 in werking trad. Vanaf die afgesproken datum kregen eigenaars van effectenrekeningen met een waarde van 500.000 euro, een opgelegde taks van 0,15 procent opgelegd. Helaas, driewerf helaas… Op 17 oktober 2019 velde het Grondwettelijk Hof een vonnis om deze taks op effecten als nietig te verklaren. Het Hof oordeelde dat sommige beleggers zwaar gediscrimineerd werden bij de mogelijke toepassing ervan. Dat betekende uiteraard uitstekend nieuws voor de vermogende beleggers, want door deze beslissing moeten zij vanaf 2020 geen taks meer betalen. Om het zacht uit te drukken werd de regering met hangende pootjes teruggefloten.

Wat waren de basisprincipes van zulke taks?

De nieuw in het leven geroepen taks bracht in 2018 215 miljoen euro in het laatje van de Belgische staat. De Belgische overheid moet deze geldsom niet terugbetalen aan de beleggers die zich gedupeerd voelen. En ook in 2019 moest die taks nog worden betaald. Pas in 2020 belandt de taks voorgoed op de schroothoop. De effectentaksen waren een jaarlijkse heffing van 0,15 procent die werd toegepast als de gemiddelde waarde van alle rekeningen met effecten die een particulier bezat, meer dan 500.000 euro bedroeg. Deze waarde van alle effectenrekeningen wordt elk jaar opnieuw berekend, waarna op het einde van het kalenderjaar de gemiddelde waarde werd vastgelegd. Was de gemiddelde geschatte waarde meer dan een half miljoen euro? Dan diende de belegger de effectentaks te betalen. Was de gemiddelde waarde echter 499.999 euro, dan was de belegger geen taks schuldig. Het was oorspronkelijk de bedoeling van de overheid om vermogende eigenaars via deze regeling te laten helpen bijdragen tot een meer rechtvaardig fiscaal beleid.

Op welke manier werd de taks berekend?

De eventuele effectentaksen werden berekend gedurende een referentie looptijd van 12 maanden, die startte vanaf 1 oktober en eindigde op 30 september in het daaropvolgend kalenderjaar. Via een momentopname van de financiële instellingen zouden belastbare effecten worden verrekend. Vier vaste referentietijdstippen werden in acht genomen:

  • 31 december van het voorafgaande kalenderjaar
  • 31 maart
  • 30 juni
  • 30 september

Er werd rekening gehouden dat er in bepaalde gevallen afwijkende tijdstippen vielen te noteren. Dit kon het geval zijn bij het sluiten of openen van effectenrekeningen. Om een lang verhaal kort te maken. Op het einde van een referentietijdstip werd dan een overzicht gemaakt. Dit bulletin toonde de gemiddelde waarde tijdens die referentieperiodes en het bedrag dat je zou moeten betalen. Deze informatie ontving de belegger in oktober.

Welke financiële producten waren belastbaar en welke niet?

Om de waarde van de effectenrekeningen te calculeren, hield de wetgever rekening met volgende verschillende financiële producten:

  • beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen
  • beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde obligaties
  • kasbons
  • aandelen en participaties in fondsen
  • beleggingsfondsen (ook trackers)
  • warrants

Volgende financiële producten werden vrijgesteld: turbo’s, opties; swaps, futures, beursgenoteerde effecten op naam, aandelen die op naam zijn geregistreerd, certificaten van vastgoed en levensverzekeringen.

Regeringsbeslissing schoot in het verkeerde keelgat

Heel wat beleggingsfederaties reageerden verbolgen over deze ongelijkwaardige behandeling van producten om te beleggen. Ze vroegen zich luidop af waarom een belegger geen belasting betaalde op een vastgoedcertificaat, maar wel op obligaties en aandelen. Sommige federaties stonden op hun achterste poten en trokken naar het Grondwettelijk Hof, het hoogste rechtscollege in België. De aanklacht kwam blijkbaar niet in dovemansoren terecht.

Het oordeel van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof vernietigde de problematiek van de effectentaksen. Deze beslissing komt echter niet als een donderslag bij heldere hemel gevallen. Nochtans zorgt het vonnis bij heel veel beleggers voor gemengde gevoelens en een wrange nasmaak. Waarom dat grote ongenoegen? De discriminerende wet voor de belastingen van 2018 en van 2019 bleef tot grote consternatie van vele beleggers gehandhaafd. Het Hof baseert deze uitspraak, omdat een teruggave aan de rechthebbende belastingbetaler mogelijke budgettaire gevolgen kan hebben voor de Belgische Staat. Begrijpen, wie begrijpen kan.

Dit was de belangrijkste hoofdreden waarom het Grondwettelijk Hof deze ongrondwettelijke taks voor de jaren 2018 en 2019 niet terugdraait. Het spreekt voor zich dat dit vonnis niet alleen kwaad bloed zette, maar dat verschillende beroepsprocedures worden opgestart. Het is voorlopig koffiedik kijken wat de rechtbanken in de toekomst gaan beslissen. Daarbij mag openlijk de vraag worden gesteld welke houding de Belgische regering gaat nemen? De taks volledig aanpassen in functie van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof of gewoon afvoeren. Hoe dan ook, de effectentaksen hangen als een molensteen om de nek van de volgende regering.

Wat betekent deze poespas situatie voor je als belegger?

De belastingen voor het jaar 2018

De hele periode tussen 31 maart 2018 tot en met 30 september wordt helemaal niet geannuleerd.

De belastingen voor het jaar 2019

De periode tussen 31 december 2018 en 30 september 2019 wordt evenmin geschrapt. De bankinstellingen zullen de gemiddelde waarde van de belastbare effecten die meer dan 500.000 euro bedragen, gaan innen. De belastingen hierop dienden op 20 december 2019 te worden betaald.

Voor de periode tussen oktober 2019 en september 2020

In deze tijdspanne zullen geen belastingen meer worden aangerekend, tenzij een fonkelnieuwe wet met een veranderde belasting weer uit de toverhoed opduikt. Maar die kans lijkt eerder klein bij gebrek aan een volwaardige regering.

Wat betekent deze afschaffing van de taks voor de Belgische Staat?

De afschaffing van de taks betekent voor de Belgische staat een hele streep door de rekening. Om het eufemistisch te zeggen: een miskleun die de weinig rooskleurige begroting nog een beetje verder in de rode cijfers duwt. Vermogende beleggers kunnen alleszins victorie kraaien vanaf 2020. Toch vormt de verhoogde roerende voorheffing en de hogere beurstaks nog een smet op het blazoen. Een belastingplichtige heeft nog steeds de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen tegen de reeds betaalde taks en eventueel een mogelijke terugbetaling terug te vorderen.

Leave a comment